Naar hoofdinhoud
De applicatiebeheerder voorziet in: de communicatie bij storingen in hard-en software; een logboek waarin bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden; de toekenning van de autorisatieniveaus in overleg met de informatiebeheerder; de bijhouding van een verzameling van de autorisaties, die overeenkomstig artikel 4 door de informatiebeheerder zijn toegekend; het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem, alsmede het testen en evalueren van nieuwe apparatuur; de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van het toepassingssysteem; de bijhouding van een verzameling van alle problemen en klachten, die bij het gebruik van het toepassingssysteem ontstaan en tracht eventueel door inschakeling van de systeembeheerder of een derde, voor een oplossing te zorgen; het treffen van maatregelen voor een gehele of gedeeltelijke uitwijk, in overleg met de informatiebeheerder en de systeembeheerder; de voorlichting aan de functionarissen, die zijn belast met gegevensverwerking met betrekking tot de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem; de communicatie met overheidsorganen over het gebruik van de persoonsgegevens en de terugmeldplicht als voorzien in artikel 2.34 van de Wet; de vormgeving en inhoud van documenten, die rechtstreeks aan de gemeentelijke basisregistratie persoonsgegevens worden ontleend; de afhandeling van verzoeken omtrent managementgegevens; een zo spoedig mogelijke oplossing in geval van storingen binnen het toepassingssysteem, zonodig door inschakeling van een derde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel