Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 14

Algemene bouwregels

Onderdeel van Regels van de beheersverordening Vergulde Hand West

14.1. Bestaande en afwijkende maatvoering bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de maatvoering van gebouwen gelden de bouwregels, zoals die onder de gebruiksvormen en algemene bouwregels zijn voorgeschreven, dan wel de bestaande overschrijding daarvan, zoals deze op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening aanwezig of in uitvoering is, of kan worden gebouwd krachtens een bouwvergunning het bepaalde in artikel 14.1, onder a geldt niet voor bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. het bepaalde in artikel 14.1, onder a geldt niet indien de afwijking na de inwerkingtreding van deze verordening langer dan een jaar wordt onderbroken. in geval van herbouw is het bepaalde in artikel 14.1 onder a, uitsluitend van toepassing indien herbouw op dezelfde plaats geschiedt met inachtneming van het bepaalde onder c. 14.2. Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening De regels van stedenbouwkundige aard en de bereikbaarheidseisen van hoofdstuk 2, paragraaf 5 van de bouwverordening Vlaardingen zijn uitsluitend van toepassing, voor zover het betreft: bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer, brandblusvoorzieningen; brandweeringang; bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; de ruimte tussen bouwwerken; parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen. 14.3. Parkeervoorzieningen bij de realisering van nieuwe bebouwing of de uitbreiding van bestaande bebouwing binnen de gebruiksvormen, dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein ten behoeve van de beoogde ontwikkeling, waarbij de “Parkeernota Vlaardingen 2008” als toetsingskader geldt; Het bevoegd gezag kan afwijken van de parkeernormen in de parkeernota indien het voldoen aan die bepalingen naar het oordeel van het bevoegd gezag door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde onder a, indien is aangetoond dat op een andere wijze kan worden voldaan aan het gemeentelijke parkeerbeleid.

Rechtspraak bij dit artikel