Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Wonen

Onderdeel van Regels van de beheersverordening Vergulde Hand West

In het besluitvlak ‘Wonen’ zijn de volgende regels van toepassing: Gebruiksvormen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: wonen, tuinen en erven, al dan niet in combinatie met: beroep en bedrijf aan huis, gastouderopvang; en de daarbij horende tuinen; erven; bergingen; parkeren; ontsluitingen, wegen en paden; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; water. Bestaand gebruik De binnen het besluitvlak ‘Wonen’ gelegen gronden en bestaande bouwwerken worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik; Bestaande bouwwerken De binnen het besluitvlak ‘Wonen’ aanwezige bestaande bouwwerken mogen op dezelfde locatie worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmeting; Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: Hoofdgebouwen het hoofdgebouw mag slechts binnen een besluitvlak worden gebouwd; per bouwperceel is slechts één hoofdgebouw toegestaan; voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt dat de bestaande maten de toegestane maten zijn, waarbij vervanging overeenkomstig dezelfde maten en op dezelfde locatie is toegestaan; het hoofdgebouw wordt in de bestaande voorgevelbouwgrens gebouwd; de bouw- en/of goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ is aangegeven; in afwijking van en in aanvulling op het bepaalde onder a, b en e mag de bestaande goot- en bouwhoogte van gebouwen ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ niet worden gewijzigd; in aanvulling op het bovenstaande geldt ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ dat de nokrichting, kapvorm en dakhelling van gebouwen niet mag worden gewijzigd. Erfbebouwing erfbebouwing mag op het bebouwbaar erf van een bijbehorend hoofdgebouw worden gebouwd, met dien verstande dat: het gezamenlijke oppervlak aan erfbebouwing niet meer mag bedragen dan 40% van het bebouwbaar erf; de diepte van aan- en uitbouwen aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 3 meter; de bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, tot een maximum van 3.50 meter bij hoofdgebouwen die bestaan uit één bouwlaag; de bouw- en goothoogte van bijgebouwen en overkappingen mag respectievelijk niet meer bedragen van 3.50 meter en 2.50 meter als er sprake is van afdekking met een kap; de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 meter als er sprake is van een platte afdekking. Andere bouwwerken de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter als de erf- of terreinafscheiding voor de voorgevellijn wordt gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter als de erf- of terreinafscheiding achter de voorgevellijn wordt gebouwd; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen erf- of terreinafscheiding zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter. Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4 indien de karakteristieke waarde van het gebouw daardoor niet onevenredig wordt aangetast en daarover schriftelijk advies is ingewonnen bij de Commissie voor welstand en monumenten. Specifieke gebruiksregels Beroep en bedrijf aan huis er is beroep en bedrijf aan huis toegestaan, mits dit ondergeschikt is aan de woonfunctie; bedrijf aan huis is uitsluitend toegestaan als de aan huis verbonden bedrijfsactiviteit behoort tot milieucategorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Strijdig gebruik permanente of tijdelijke bewoning voor zover het aanbouwen of bijgebouwen betreft; kamerbewoning seksinrichtingen Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden: Het is verboden ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden gebouwen te slopen. Voorwaarden voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: bij sloop van het gehele gebouw: indien dit gepaard gaat met herbouw van een vergelijkbaar gebouw; bij sloop van een gedeelte van het gebouw: indien het te slopen gedeelte zelf niet beschermenswaardig is en de bescherming van het resterende gedeelte is gewaarborgd.

Rechtspraak bij dit artikel