**1..** Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester
en wethouders een inrichting in gebruik te hebben of te houden, waarin:
meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn;
bedrijfsmatig de in artikel 2.2.2 bedoelde stoffen zullen worden opgeslagen;
aan vijf of meer personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft. Een vergunning in het kader van deze verordening is niet vereist als reeds vergunning is vereist op basis van hoofdstuk 7a van de Bouwverordening 1999;
aan meer dan tien personen jonger dan twaalf jaar, of aan meer dan tien lichamelijk en/of geestelijk gehandicapte personen dagverblijf zal worden verschaft.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voorschriften verbinden in het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand.
**3..** Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van de inzichten en/of verandering van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de vergunning, kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning nieuwe voorschriften verbinden en gestelde voorschriften wijzigen of intrekken.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1
Artikel 2.1.1
Vergunning gebruik inrichting
Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening 1999