**1.** In aanvulling op artikel 5 komen voor subsidie de volgende kosten in aanmerking, voor zover zij geactiveerd zijn op de fiscale balans, de taxatiewaarde niet te boven gaan en, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting betreft die met toepassing van artikel 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen, niet binnen twee jaar worden afgeschreven:
wat betreft grond:
de koopsom en overdrachtskosten exclusief de overdrachtsbelasting, of
de gekapitaliseerde erfpachtcanon inclusief de kosten van vestiging van de erfpacht, indien de grond van een gemeente of enig ander van overheidswege opgericht lichaam in erfpacht is verkregen;
wat betreft bedrijfsgebouwen en de daartoe te rekenen centrale voorzieningen:
de koopsom en de overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde bouwkosten, exclusief de financieringskosten en de overdrachtsbelasting;
de voortbrengingskosten;
in geval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde dan wel, indien deze niet kan worden bepaald, de contante waarde van de in totaal verschuldigde lease-termijnen inclusief kosten, verdisconteerd op jaarbasis tegen het door de Europese Commissie vastgestelde percentage dat geldt op het moment van subsidieverlening;
wat betreft duurzame bedrijfsuitrusting:
de koopsom;
de voortbrengingskosten;
in geval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde dan wel, indien deze niet kan worden bepaald, de contante waarde van de in totaal verschuldigde lease-termijnen inclusief kosten, verdisconteerd op jaarbasis tegen het door de Europese Commissie vastgestelde percentage dat geldt op het moment van subsidieverlening.
**2.** Onder voortbrengingskosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, respectievelijk onderdeel c, onder 2°, worden de volgende kosten verstaan:
loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon berekend op basis van het bruto jaarloon volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van het betrokken directe personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1.720 productieve uren per jaar bij een volledige dienstbetrekking (40 uren per week);
kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen en
een opslag voor algemene kosten, ter hoogte van 20 procent van de onder a bedoelde loonkosten.
**3.** De subsidiabele kosten worden berekend in overeenstemming met de bepalingen van artikel 14 van de AGVV.
Artikel 6
Subsidiabele kosten m.b.t. geactiveerde uitgaven aan investeringen
Onderdeel van Subsidieregeling Regionale investeringssteun Groningen 2014