Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening eigen bijdragen Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van Vlissingen op 19 december 2013.
De gemeenteraad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,
Algemene toelichting
In aansluiting op de Wet maatschappelijke ondersteuning is de verordening alleen van toepassing op natuurlijke personen van 18 jaar en ouder. Met de begripsbepaling van de cliënt is de verordening daarmee tot deze groep personen beperkt. Dit betekent niet dat personen jonger dan 18 jaar uitgesloten zijn van het gebruik van het aanbod van opvang door instellingen, maar voor hen geldt geen eigen bijdrage.
Bij het bepalen van de bijstandsnorm is rekening gehouden met de afwijkende bepalingen in de Wet werk en bijstand voor personen van 18 tot 21 jaar. Voor de berekening van de eigen bijdrage wordt de bijzondere bijstand, die aanvullend op de Bijstandsnorm wordt verstrekt voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan wel meegerekend.
Bij het bepalen van de norm voor de persoonlijke uitgaven wordt uitgegaan van de standaard basispremie zorgverzekering minus de zorgtoeslag.
Zowel bij de bijstandsnorm als bij de norm voor persoonlijke uitgaven wordt de vakantietoeslag buiten beschouwing gelaten. Deze toeslag is voor de cliënt noodzakelijk voor bijzondere uitgaven zoals schuldaflossing en om te sparen voor grotere uitgaven.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1, onder d. en g.:
Bij zelfstandig wonen of begeleid zelfstandig wonen waarbij de cliënt zelf de huur betaalt, betaalt de cliënt geen eigen bijdrage Maatschappelijke Opvang/Vrouwenopvang [MOVO]. De cliënt is dan zelf verantwoordelijk voor de huisvestingskosten. Deze cliënten dienen dus wel een eventuele bijdrage voor bijvoorbeeld ondersteunende begeleiding of dagbesteding [AWBZ] of voor huishoudelijke hulp [Wmo] te betalen. Anticumulatie is dan niet aan de orde.
In de andere gevallen, maar ook in de situatie van begeleid onzelfstandig wonen betaalt de cliënt een eigen bijdrage voor de huisvestingslasten aan de instelling. In dat geval is de anticumulatieregeling wel van toepassing.
artikel 1, onder h.:
De condities voor de toegang tot dagopvang, nachtopvang en noodbed kunnen per instelling verschillen. De condities zijn hier niet ingevuld. De condities worden door de instelling ingevuld. De condities zijn beperkt zijn en vormen geen blokkade voor een laagdrempelige toegang tot de opvang.
De eigen bijdrage MOVO is zodanig, dat de cliënt de normatieve persoonlijke uitgaven moet overhouden en premie zorgverzekering, rekening houdend met de zorgtoeslag en zak- en kleedgeld. Bij de Vrouwenopvang zal het regelmatig voorkomen dat de cliënt of het cliëntsysteem naast zak- en kleedgeld ook de kosten voor voeding [normen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting Nibud] moet kunnen overhouden.
artikel 2, lid 3.:
In dit artikel is de mogelijkheid van mandatering van de uitvoering van de verordening nadrukkelijk genoemd. Het is wenselijk met de opvanginstellingen afspraken te maken, dat de instelling de eigen bijdragen berekenen en gelijk deze eigen bijdragen met de kliënten afrekenen. Omdat de vaststelling en de inning van eigen bijdragen op grond van de verordening een overheidstaak is alleen mandatering van die taken aan een instelling mogelijk. Hierdoor blijft de formele verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij het college liggen. Daarmee is ook het handhaven van de bezwaar- en beroepsmogelijkheid gegarandeerd.
Artikel 6.
Citeertitel
Onderdeel van Verordening eigen bijdragen Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang