Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 1

Artikel 2:1

Samenscholing en ongeregeldheden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 (na vierde wijziging)

1.. Het is verboden op een openbare plaats dan wel in een voor het publiek toegankelijk gebouw deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden, ongeregeldheden te veroorzaken of groepsgewijs dan wel individueel anderen lastig te vallen, te vechten of op andere wijze de openbare orde te verstoren.. 2.. Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval, waardoor er ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor er ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3.. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4.. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5.. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 6.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 242 of 426 bis van het Wetboek van Strafrecht. 7.. Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel