**1..** Het is verboden zonder vergunning of anders dan de daarin gestelde voorwaarden de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
**2..** Het verbod geldt niet voor:
vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;
zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:
geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt;
geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt en
geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;
de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;
voertuigen;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, mits deze geen schade toebrengen, gevaar opleveren of een belemmering vormen voor de bruikbaarheid, het doelmatig beheer en/of het onderhoud van de weg;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
het tijdelijk op de weg plaatsen van steigers, containers, bouwafscheidingen en daarmee naar het oordeel van het college gelijk te stellen objecten voorzover deze noodzakelijk zijn voor bouw- of onderhoudswerkzaamheden en geen schade toebrengen aan de weg en voorzover zij voldoen aan de volgende voorwaarden:
bij plaatsing er een doorrijdruimte op de weg aanwezig is van minimaal 3,5 meter;
brandkranen vrij worden gehouden;
aan de naar de weg gekeerde zijden retroreflecterende geleidebaken zijn geplaatst;
indien mogelijk geplaatst worden onder een straatlantaarn en
na afronden van de werkzaamheden terstond worden verwijderd;
evenementen als bedoeld in artikel 2:24.
**3..** De vergunning bedoeld in het eerste lid wordt verleend:
als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder h. of onder i. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
door het college in de overige gevallen.
**4..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
**5..** Het in het eerste lid bepaalde geldt niet, voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, het Provinciaal wegenreglement Friesland, de Telecommunicatiewet en de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening of de Woningwet,en voor zover er sprake is van een evenement als bedoeld in artikel 2:24 of terras als bedoeld in artikel 2:27, sub b, waarvoor vergunning is verleend.
**6..** Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 5
Artikel 2:10
Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 (na vierde wijziging)