Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 4

Artikel 4:21

Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclames e.d.

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dantumadiel 2011

1.. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak alsmede de hoofdgebruiker van die zaak verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag deze zaak of een daarop aanwezige zaak te gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken van handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is. 2.. Het verbod geldt niet ten aanzien van: opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak; opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door de overheid; opschriften, aankondigingen en afbeeldingen die gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 1 m2 en geen van alle een grotere afmeting in een richting hebben dan 1,5 m, mits het college hiervan in kennis is gesteld. Het college kan de reclame-uiting verbieden op grond van de in lid 4 genoemde criteria; opschriften betrekking hebbend op de naam en/of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken en/of op de namen van degenen die bij het ontwerp en/of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer. 3.. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, de Monumentenwet, de gemeentelijke monumentenverordening of artikel 2:10 van de APV. 4.. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid, geweigerd worden: indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de verkeersveiligheid; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak; indien de reclame pornografische/godlasterende afbeeldingen dan wel teksten betreft. 5.. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel