Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 7

Artikel 5:33

Beperking verkeer in natuurgebieden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dantumadiel 2011

1.. Het college is bevoegd voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen aan te wijzen ten aanzien waarvan het verklaart, dat het rijden met een motorvoertuig of een bromfiets als bedoeld in artikel 1 Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard aldaar overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan natuur of milieuwaarden. 2.. Het is verboden op krachtens het eerste lid aangewezen plaatsen: zich met een motorvoertuig of een bromfiets als bedoeld in het vorige lid of met een fiets of een paard te bevinden; dan wel zich met een motorvoertuig of een bromfiets of met een fiets of een paard te bevinden buiten de in die aanwijzing aangeduide en als zodanig gemarkeerde paden; dan wel zich met een motorvoertuig of een bromfiets als bedoeld in het vorige lid of met een paard te bevinden op een in die aanwijzing aangeduid tijdstip. 3.. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 aangewezen hulpverleningsdiensten; die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de door het college aangewezen plaatsen; die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; van de zakelijke gerechtigden en huurders en pachters van percelen gelegen binnen de door het college aangewezen plaatsen; voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4.. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet: op de weg; binnen de bij of krachtens de provinciale milieuverordening aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5.. Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. 6.. Op de ontheffing bedoeld in het vijfde lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel