Onverminderd het bepaalde van de Bouwverordening en het Bouwbesluit dient een prostitutiebedrijf tevoldoen aan de volgende inrichtingseisen:
in de inrichting moet een afzonderlijke kleedruimte ten behoeve van de in het prostitutiebedrijf werkzame prostituees aanwezig zijn;
in de kleedruimte moet per in de inrichting aanwezige werkkamer een afsluitbare hang/ legkast aanwezig zijn;
de kleedruimte moet een oppervlakte hebben van tenminste 5 m2, vermeerderd met de oppervlakte van de totaal daarin aanwezige hang/-legkasten en een breedte van tenminste 1.80m;
in de inrichting moet een dagverblijf voor de in het prostitutiebedrijf werkzame prostituees aanwezig zijn;
het dagverblijf moet een oppervlakte hebben van tenminste 16 m2 en een breedte van tenminste 3.35m;
de kleedkamer en het dagverblijf mogen niet voor prostitutiedoeleinden worden gebruikt;
in de inrichting moet een keuken ten behoeve van het bereiden van maaltijden aanwezig zijn;
de keuken moet een oppervlakte hebben van tenminste 5 m2 en een breedte van tenminste 1.80m;
elke werkkamer moet een oppervlakte hebben van tenminste 5 m2 en een breedte van tenminste 1.80m;
elke werkkamer moet zijn voorzien van een wasbak met warm en koud stromend water;
in de inrichting moet per vijf werkruimten een badruimte (waaronder mede wordt verstaan een doucheruimte) en een toilet of een combinatie van badruimte en toilet aanwezig zijn;
indien in de inrichting meer dan vijf werkruimten aanwezig zijn, moet het aantal badruimten en toiletten per vijf werkruimten worden vermeerderd met 1. Voor de berekening van het aantal bad- en toiletruimten dient het aantal werkruimten naar boven te worden afgerond op een veelvoud van vijf.
Artikel 2
Inrichtingseisen
Onderdeel van Nadere regels betreffende de exploitatie van een prostitutiebedrijf