Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 19

Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling MER

1.. Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks voor 1 april een ontwerpbegroting op voor het volgende kalenderjaar en zendt deze, voorzien van een toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De ontwerpbegroting is gebaseerd op jaarwerkplannen die de deelnemende gemeenten met Gemeenschappelijke Regeling MER afspreken. De ontwerpbegroting bevat tevens een meerjarenraming. Het bepaalde in artikel 190, eerste lid, van de Gemeentewet is van toepassing. 2.. De raden van de deelnemende gemeenten geven het Dagelijks Bestuur voor 1 juni hun zienswijze over de ontwerpbegroting. 3.. Het Dagelijks Bestuur zendt zo spoedig mogelijk na 1 juni doch uiterlijk 15 juni de opmerkingen van de raden en eventueel een nota van wijzingen aan het Algemeen Bestuur. 4.. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting voor 10 juli vast en zendt terstond afschriften aan de gemeenten. 5.. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting in ieder geval voor 15 juli aan gedeputeerde staten. 6.. Artikel 186 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 7.. De inkomsten van Gemeenschappelijke regeling MER bestaan uit de door de deelnemende gemeenten te betalen vergoeding voor de uitvoering van de basistaken van Gemeenschappelijke regeling MER en uit de vergoeding voor de uitvoering van de aanvullende dienstverlening. 8.. Het Algemeen Bestuur stelt een reglement op dat aangeeft hoe de kosten voor het leveren van basistaken in rekening worden gebracht. 9.. Voor zover de kosten voor de aanvullende dienstverlening nog niet in rekening zijn gebracht via de systematiek van dit hoofdstuk, worden deze rechtstreeks in rekening gebracht bij die gemeente waarvoor de aanvullende dienstverlening is verricht. 10.. Het bepaalde in dit artikel is voor wat betreft de procedurele gang van zaken van overeenkomstige toepassing op de besluiten tot wijziging van de begroting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel