Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6.

Loonkostensubsidies

Onderdeel van Re-integratieverordening 2013

1.. Het college kan een loonkostensubsidie verstrekken aan werkgevers die een arbeidsovereenkomst sluiten, wanneer deze werknemer tot op het moment van indiensttreding een uitkering ontving op grond van de WW, IOAW of IOAZ. 2.. De loonkostensubsidie wordt gedurende maximaal 12 maanden ten behoeve van de werknemer verstrekt. 3.. De hoogte van de loonkostensubsidie wordt afgestemd op de loonwaarde van de werknemer bij aanvang van de arbeidsovereenkomst, maar bedraagt nooit meer dan 75% van het Wettelijk Minimum Loon; 4.. De loonkostensubsidie wordt verstrekt ten bate van een werknemer die: voorafgaand aan de indienstneming gedurende 24 maanden geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden en; een loonwaarde van minimaal 30% tot maximaal 70% heeft bij aanvang van de arbeidsovereenkomst. 5.. De subsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing plaatsvindt. 6.. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt indien de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer. 7.. De voorschriften onder lid 2, 3 en 4 zijn niet van toepassing bij personen die voor 31 december 2013 een indicatie voor plaatsing binnen de sociale werkvoorziening hebben ontvangen en bij specifieke door het college aangewezen doelgroepen; 8.. Het college stelt nadere regels met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde, hoogte en duur van de loonkostensubsidie.

Rechtspraak bij dit artikel