Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 28

Ruiming graf

Onderdeel van Verodening gemeentelijke begraafplaatsen 2014

1.. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf zal worden geruimd schriftelijk aan de belanghebbende bekend gemaakt. 2.. De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van lijken en/of asbussen, worden respectievelijk begraven en verstrooid op een door het college aangewezen gedeelte van de begraafplaats. 3.. De rechthebbende op een particulier graf, particulier dubbel graf, particulier kindergraf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om bij de ruiming de overblijfselen te verzamelen voor herbegraving in een ander graf. 4.. De rechthebbende op een particulier urnengraf of urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of te doen verstrooien. 5.. De gebruiker van een algemeen graf kan gedurende een periode van één jaar voor beëindiging van de grafrusttermijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij de ruiming de overblijfselen te verzamelen voor herbegraving elders. 6.. Ruiming en herbegraving zoals bedoeld in lid 3, 4 en 5 zal niet eerder plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale wettelijke grafrusttermijn van de laatst in gebruik genomen begraaflaag. 7.. De kosten welke gemoeid zijn met de werkzaamheden genoemd onder lid 3, 4 en 5 van dit artikel, komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker van het betreffende graf.

Rechtspraak bij dit artikel