Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt behouden of één van de verplichtingen op grond van artikel 9 WWB, artikel 9a WWB, artikel 55 WWB niet of onvoldoende worden nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
het zich niet tijdig laten registreren en/of het niet tijdig laten verlengen van de inschrijving als werkzoekende bij een Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) als genoemd in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
het niet binnen de door het college daartoe gestelde termijn verstrekken van informatie die van invloed kan zijn op de arbeidsinschakeling of het recht op bijstand of de voortzetting hiervan.
Tweede categorie:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding;
het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in de arbeid, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen.
Derde categorie:
gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren;
het niet of in onvoldoende mate gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b en artikel 10, eerste lid van de wet, waaronder begrepen sociale activering;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a van de wet;
het uit houding of gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b van de wet niet te willen nakomen;
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1, 41 lid 4 of artikel 55 van de wet, voor zover het gaat om personen jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 van de wet;
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b van de wet niet te willen nakomen, voor zover dit heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht zoals bedoeld in artikel 9a lid 1 van de wet;
het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel c van de wet.
Vierde categorie:
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid.