**1.** Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd zijn voorafgaande aan de behandeling van het betreffende agendapunt. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de vergadering aan de griffier en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden.
**2.** Burgers kunnen het woord voeren over agendapunten die niet geagendeerd zijn tijdens het agendapunt vragenronde indien zij zich tenminste 24 uur tevoren hebben aangemeld onder vennelding van naam, onderwerp met korte toelichting en de vragen die zij eventueel willen stellen. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. Voor alle insprekers in principe 30 minuten beschikbaar binnen de vragenronde.
**3.** De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
**4.** De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 19
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de Opinieraden 2014