Lid 1
De tegemoetkoming in reiskosten bedoeld in artikel 18:1:6, eerste en vierde lid, is gelijk aan de gemaakte kosten van het openbaar vervoer op basis van het tarief van de tweede klasse.
Lid 2
De vergoeding die plaatsvindt op basis van het eerste lid is gemaximeerd voor dat deel dat gebruik wordt gemaakt van de trein tot een nader volgens artikel 18:1:7a vast te stellen bedrag.
Lid 3
De betrokkene die met de trein reist en van de woning of het pension met het ander (aansluitend) openbaar vervoer naar het eerst mogelijke Station kan reizen maar van dit openbaar vervoer geen gebruik maakt en in plaats daarvan met eigen vervoer naar dat Station reist, ontvangt een nader volgens artikel 18:1:7a vast te stellen tegemoetkoming op jaarbasis.
Lid 4
De tegemoetkoming in reiskosten bedoeld in artikel 18:1:6, eerste en vierde lid, is, indien het college de plaats van tewerkstelling van een betrokkene heeft aangewezen als een plaats van tewerkstelling die niet door openbaar vervoer is te bereiken, of indien de betrokkene behoort tot een aangewezen groep voor wie de plaats van tewerkstelling vanwege de opgedragen werktijden niet per openbaar vervoer is te bereiken, een nader volgens artikel 18:1:7a, vast te stellen maandelijkse tegemoetkoming.
Lid 5
De betrokkene, die naar het oordeel van het college de plaats van tewerkstelling met het openbaar vervoer kan bereiken maar daarvan geen gebruik maakt, heeft aanspraak op een tegemoetkoming van 25% van de tegemoetkoming bedoeld in het vierde lid.