Lid 1
De vrijwilliger is verplicht tijdens zijn werkzaamheden de door het college voorgeschreven dienstkleding
en uitrustingsstukken te dragen.
Lid 2
De dienstkleding en uitrustingsstukken worden door het college kosteloos in bruikleen verstrekt aan de
vrijwilliger, die bij ontslag verplicht is deze bij het college in te leveren.
Lid 3
De vrijwilliger draagt zorg voor het onderhoud van de hem in bruikleen verstrekte dienstkleding en
uitrustingsstukken en hij is verplicht deze te doen onderwerpen aan inspectie en controle, wanneer
daartoe door het college opdracht is gegeven.
Lid 4
Het college is verantwoordelijk voor reparatie van de dienstkleding en uitrustingsstukken.