Lid 1
De arbeidsduur bedraagt per nachtdienst ten hoogste 9 uren; in een periode van 13 achtereenvolgende weken bedraagt de arbeidsduur ten hoogste gemiddeld 40 uur per week.
Lid 2
De minimale rusttijd na een nachtdienst bedraagt 14 uur; deze rusttijd mag eenmaal per periode van 7 x 24 uur, ingekort worden tot 8 uur.
Lid 3
In een periode van 13 achtereenvolgende weken worden aan de ambtenaar ten hoogste 35 nachtdiensten opgedragen.
Lid 4
Indien de nachtdiensten vóór of op 02.00 uur eindigen mag, in afwijking het derde lid, het aantal nachtdiensten in een periode van 13 achtereenvolgende weken ten hoogste 52 bedragen.