Deze verordening wordt aangehaald als:
Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2007.
Vastgesteld door de raad van de gemeente Rijswijk in zijn openbare vergadering van 27 maart 2007, gewijzigd 4 maart 2008 en 8 juli 2008.
Toelichting op de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2007
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Bij de omschrijving van ‘raadslid’ kan verwarring ontstaan: een wethouder is immers per definitie geen lid van de raad. Deze situatie kan zich wel voordoen kort na de gemeenteraadsverkiezingen, als er nog geen nieuw college is gevormd en het oude college daarom nog in functie is. Een wethouder kan op de kieslijst staan van zijn partij en gekozen zijn in de raad. Totdat het nieuwe college is benoemd, vervult hij een dubbelfunctie. In dat geval gelden de vergoedingen die hij krijgt als wethouder; hij ontvangt geen raadsvergoedingen daar bovenop.
Artikel 2
Vergoeding voor werkzaamheden
De raadsvergoeding zelf is geregeld in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Hierin wordt de maximale vergoeding aangegeven, gebaseerd op het aantal inwoners van de gemeente. De gemeenteraad kan besluiten daarvan naar beneden af te wijken. Dat kan op twee manieren:
de raad stelt de raadsvergoeding in algemene zin lager vast op een percentage tussen 80 en 100 van het door de minister vastgestelde maximum.
de raad kan vaststellen dat een deel van de raadsvergoeding wordt uitbetaald als presentiegeld. Dat deel mag maximaal 20% van de raadsvergoeding zijn.
Ook een combinatie van beide maatregelen is mogelijk. In het opgenomen artikel is uitgegaan van het maximale bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden. Het bedrag voor de vergoeding van de werkzaamheden wordt geïndexeerd. Het wordt jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen overheid.
Artikel 3
Onkostenvergoeding
De onkostenvergoeding zelf is geregeld in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Hierin wordt de maximale vergoeding aangegeven, gebaseerd op het aantal inwoners van de gemeente. De gemeenteraad kan besluiten daarvan naar beneden af te wijken. De onkostenvergoeding mag echter niet lager zijn dan 80% van het door de minister vastgestelde maximum. In deze verordening is gekozen voor de maximale vergoeding.
Net als de raadsvergoeding is het bedrag van de kostenvergoeding geïndexeerd. Het wordt jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van de consumentenprijsindex.
De vergoeding is opgebouwd op basis van de volgende kostencomponenten: representatie, vakliteratuur, contributies, lidmaatschappen, telefoonkosten, bureaukosten, porti, zakelijke giften, bijdrage aan fractiekosten, ontvangsten thuis, excursies.
De vaste kostenvergoeding kan sinds 1 januari 2001 niet meer onbelast worden verstrekt. Om netto het bedrag van de vaste kostenvergoeding gelijk te houden is het bedrag gebruteerd tegen het belastingtarief van 52%. Deze brutering heeft echter geen betrekking op raadsleden die niet hebben geopteerd voor het loonbelastingregime. Voor hen blijven de aftrekmogelijkheden van de werkelijk gemaakte kosten op het resultaat uit onderneming bestaan. Zij ontvangen de vaste kostenvergoeding zonder de brutering.
Artikel 5
Cursus, congres, seminar of symposium
De in dit artikel bedoelde cursussen en congressen hebben een zakelijk karakter en zijn aan te merken als beroepskosten waarvan de vergoeding c.q. verstrekking van loonbelasting is vrijgesteld. Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor het loonbelastingregime geldt dat de vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de gemaakte kosten binnen
de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten kunnen worden opgevoerd. De kosten van deze voorzieningen komen rechtstreeks voor rekening van de gemeente. Een onderscheid is gemaakt tussen cursussen, congressen e.d. die door of vanwege de gemeente in het gemeentelijk belang zijn georganiseerd én die waaraan het individuele raadslid in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap op eigen initiatief deelneemt. In het geval van eigen initiatief dient de declaratie te worden onderbouwd om het nut en/of de noodzaak daarvan vast te stellen.
Artikel 6
Kinderopvang
Vervallen.
Artikel 7 (en 9):
Computer en Internetverbinding
Dit artikel komt in de plaats van de regeling voor bruikleen van computers. De vergoeding betreft de kosten voor de aanschaf van een pc, de bijbehorende apparatuur en software, ook als de apparatuur al in eigen gebruik was. Hiermee wordt voorkomen dat een raadslid dat al over goede apparatuur beschikt, geen vergoeding ontvangt.
Sinds 2005 kan een computer met bijbehorende apparatuur en software alleen onbelast worden vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld als deze geheel of nagenoeg geheel zakelijk wordt gebruikt. Voor raads- en commissieleden zal dat niet het geval zijn. Dat betekent dat de vergoeding van computerapparatuur en de daaraan gekoppelde tegemoetkoming zal worden belast. Voor de leden die vallen onder het belastingregime zal een fiscale bijtelling plaatsvinden van 30% van de waarde in het economisch verkeer op het moment van eerste ingebruikneming. De gehanteerde afschrijvingstermijn van drie jaar is gebaseerd op de drie jaar dat over de aanschafwaarde van de computer belasting is verschuldigd. Gedurende die drie jaar zal de gemeente op aanvraag 30% van de aanschafprijs vergoeden. Na drie jaar wordt de waarde van de apparatuur op nul gesteld.
Als een computer tijdens het kalenderjaar wordt aangeschaft geldt in het eerste en vierde kalenderjaar een vergoeding naar evenredigheid van het aantal kalendermaanden waarin de computer beschikbaar is gesteld. De gemeenteraad bepaalt zelf de hoogte van de vergoeding. De maximale aanschafwaarde in deze verordening is op € 1000,-- gesteld.
Ook de vergoeding voor aanleg en abonnementskosten voor een internetvoorziening is fiscaal belast. Voor de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de werkelijke kosten van aanleg en abonnement, met een maximum maandbedrag van € 25,--.
Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor het loonbelastingregime geldt dat de vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economisch verkeer bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten kunnen worden opgevoerd.
Artikel 8: Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen
De vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen is niet geregeld in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Over deze vergoeding wordt slechts gezegd dat de raad deze kan toekennen. Wel wordt als leidraad ook hier een maximale vergoeding aangegeven, gebaseerd op het aantal inwoners van de gemeente. In deze verordening is gekozen voor de maximale vergoeding. Het bedrag van het presentiegeld is geïndexeerd. Het wordt jaarlijks per
1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen overheid.
Artikel 9: overige vergoedingen voor commissieleden
Dit artikel bepaalt dat de secundaire voorziening met betrekking tot vergoeding van kosten voor de aanschaf van een PC met toebehoren (art. 7) voor raadsleden van overeenkomstige toepassing is op de leden van raadscommissies ex artikel 82 gemeentewet. Deze vergoeding is mogelijk geworden door een wijziging van de rechtspositieregeling gemeentelijke politieke ambtsdragers per 1 maart 2006, naar aanleiding van verzoeken van verschillende gemeenten. Het is wettelijk niet mogelijk om een vaste onkostenvergoeding en de overige secundaire voorzieningen voor raadsleden ook toe te kennen aan commissieleden niet-raadsleden. De vergoeding van pc etc. geldt niet voor leden van andere commissies dan de hier bedoelde raadscommissies.
Hoofdstuk II
Artikel 14 Citeertitel
Artikel 14 Citeertitel
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden