Indien ouders aangeven dat zij voldoen aan hun verplichtingen krachtens de Leerplichtwet doordat hun kind gebruik maakt van een niet uit de openbare kas bekostigde of aangewezen onderwijsvoorziening, dan neemt de medewerker leerplicht/RMC binnen 5 schooldagen na ontvangst van de kennisgeving contact op met de Inspectie van het onderwijs met het verzoek een onderzoek in te stellen en binnen een in het verzoek aangegeven termijn een advies uit te brengen over de vraag of de onderwijsvoorziening kan worden beschouwd als een school in de zin van de Leerplichtwet.
In de periode dat het onderzoek plaatsvindt, beschouwt de medewerker Leerplicht/RMC de onderwijsvoorziening als een school in de zin van de wet
De medewerker leerplicht/RMC volgt het advies van de Inspectie van het onderwijs.
Indien een school niet voldoet aan de criteria van de wet en niet langer een school in de zin van de wet is, stelt de medewerker leerplicht/RMC de ouders van de leerlingen van de onderwijsvoorziening binnen 5 dagen schriftelijk op de hoogte van het feit dat de onderwijsvoorziening niet langer een school is als bedoeld in de wet, of verzekert hij er zich van dat de onderwijsvoorziening de ouders daarvan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld.
Artikel 13
Bepalen of een onderwijsvoorziening een school is in de zin van de Leerplichtwet
Onderdeel van Instructie voor de medewerkers leerplicht/RMC van het Regionaal Bureau Leerplicht/RMC Utrecht Noordwest