Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Criteria voor maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groesbeek 2015

1.. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2.. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen: - op eigen kracht; - met gebruikelijke hulp; - met mantelzorg; - met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; - met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen; of- - met gebruikmaking van een (wettelijke) voorliggende voorziening; of - met gebruikmaking van een algemene voorziening De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde gesprek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen - op eigen kracht; - met gebruikelijke hulp; - met mantelzorg; - met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; - met gebruikmaking van een (wettelijk) voorliggende voorziening - met gebruikmaking van algemene voorzieningen De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 van deze verordening bedoelde onderzoek een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, of een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 3.. Voor alle maatwerkvoorzieningen geldt bovendien dat: Deze naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening moet kunnen worden aangemerkt; Deze in overwegende mate op het individu moet worden gericht. 4.. Voor de maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt bovendien dat: de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar moet zijn geweest; in het geval de voorziening voorzienbaar was, vast komt te staan dat van de cliënt redelijkerwijs niet kon worden verwacht, dat de cliënt maatregelen had getroffen die de hulpvraag overbodig maakte. 5.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte maatwerkvoorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte maatwerkvoorziening technisch is afgeschreven, tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of als de eerder verstrekte voorziening niet langer compensatie biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel