Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Ontheffing binnenstad voor een optimale bevoorrading van de kern van de binnenstad

Onderdeel van Verordening selectieve toelating binnenstad

1.. Aan leveranciers van bedrijven/instellingen gevestigd in de kern van de binnenstad, tevens houder van een motorvoertuig, kan het college van burgemeester en wethouders een ontheffing binnenstad verlenen voor de in lid 2 genoemde bijzondere situaties, met dien verstande dat in elk geval dient te worden aangetoond dat het onderhavig vervoer niet tijdens bevoorradingstijden of op een andere wijze dan met een motorvoertuig kan geschieden. 2.. Onder de in lid 1 bedoelde bijzondere situaties wordt verstaan: Aan specifieke tijdstippen gebonden logistieke handelingen die verband houden met een bepaald bedrijfsproces, met dien verstande dat er tussen 14.00 en 18.00 uur en op koopavonden tussen 14.00 en 21.00 uur geen gebruik van mag worden gemaakt. Noodzakelijke ritten die verband houden met hygiëne, volksgezondheid of veiligheid. Noodzakelijke ritten die verband houden met het verhelpen van storingen. Noodzakelijke ritten die verband houden met langdurige bouw- en onderhoudswerkzaamheden. Noodzakelijke ritten die verband houden met vervoer van licht bederfelijke verswaren, zoals vlees, groente, brood, bloemen. Noodzakelijke ritten die verband houden met geld- en waardetransport. Noodzakelijke ritten die verband houden met vervoer door maaltijdverstrekkende bedrijven, zoals tafeltje-dek-je en catering. Noodgevallen, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders. 3.. De ontheffing wordt op naam en adres van de aanvrager gesteld, alsmede op het kenteken van het voertuig. 4.. De ontheffing geldt slechts voor een van tevoren vastgestelde route. 5.. De ontheffing geldt uitdrukkelijk niet voor het parkeren in het gebied. 6.. Per leverancier kan het college van burgemeester en wethouders overgaan tot vaststelling van een maximum aantal ontheffingen.

Rechtspraak bij dit artikel