De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 6 en 7, wordt
vastgesteld op:
5% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij
gedragingen van de eerste categorie.
10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van
de tweede categorie.
50% van de bijstandsnorm gedurende één maandbij
gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 8.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ