In deze verordening wordt verstaan onder:
Raadspreferent en niet raadspreferent:
De programmaverantwoording bestaat uit twee delen namelijk het raadspreferente deel en het niet- raadspreferente deel. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast bij welke onderwerpen hij de eigen beleidsruimte wil invullen en kaders wil stellen. Deze onderwerpen nemen we op in het raadspreferente deel van de programma-verantwoording. De overige onderwerpen vormen het niet-raadspreferente deel.