Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Ambtsinstructie Leerplicht en RMC West-Brabant, 2014

De meldingen van schoolverzuim worden digitaal ontvangen en geregistreerd in het jeugdvolgsysteem. Jongeren die onderwijs volgen aan het Voortgezet Onderwijs of het Middelbaar Beroeps Onderwijs worden gemeld via DUO. Jongeren die onderwijs volgen aan het primair onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en het niet bekostigd onderwijs worden gemeld middels een schriftelijke of digitale kennisgeving (vermoedelijk) ongeoorloofd schoolverzuim. Er wordt een leerlingdossier aangemaakt of de melding wordt toegevoegd aan het reeds aanwezige leerlingdossier. Binnen een week (of anders binnen de gestelde termijn van het betreffende werkproces) meldt de medewerker leerplicht/RMC aan scholen voor jongeren die onderwijs volgen aan het primair onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en het niet-bekostigde onderwijs, het Voortgezet Onderwijs of het Middelbaar Beroeps Onderwijs, welke acties er naar aanleiding van de melding worden ondernomen. De medewerker leerplicht/RMC zoekt na ontvangst van een kennisgeving onverwijld (binnen vijf dagen, de gestelde termijn van het betreffende werkproces) contact met de ouder(s)/verzorger(s), stelt hen in de gelegenheid om nadere uitleg over het gemelde verzuim te geven en informeert hen over de procedures en eventuele consequenties. Indien het verzuim een jongere van 12 jaar of ouder betreft, zoekt de medewerker leerplicht/RMC ook contact met de jongere zelf. Indien er daadwerkelijk sprake is van ongeoorloofd verzuim heeft de medewerker leerplicht/RMC een waarschuwend gesprek met de ouder(s)/verzorger(s) en/of leerling. De medewerker leerplicht/RMC maakt een verslag van het gesprek. De medewerker leerplicht/RMC verstrekt aan de ouder(s)/verzorger(s) en/of de jongere op hun verzoek een kopie van het gespreksverslag. Van de gemaakte gespreksverslagen wordt een notitie gemaakt in het leerlingdossier. De medewerker leerplicht/RMC onderhoudt zo vaak als nodig contact met de ouder(s)/verzorger(s)/jongere en betrokken organisaties om de verzuimsituatie zo spoedig mogelijk te beëindigen. Bij herhaling van licht verzuim kan een Halt verwijzing worden opgemaakt conform de Handleiding Strafrechtelijke Aanpak Schoolverzuim. De medewerker leerplicht/RMC draagt zorg voor terugkoppeling in het ZAT van de school van zijn handelswijze, vorderingen in het onderzoek naar het vermeende verzuim en afspraken met de jongere, voor zover deze bekend zijn bij haar/hem en alleen wanneer de jongere al in het ZAT besproken is. De medewerker leerplicht/RMC legt een huisbezoek af wanneer hij dat nodig acht. De medewerker leerplicht/RMC kan een bemiddelende rol vervullen ten behoeve van de jongere en ouder(s)/verzorger(s) bij het vinden van een (andere) school of een zo goed mogelijk passende leerroute. De medewerker leerplicht/RMC draagt er zorg voor dat een melding van verzuim binnen een zo kort mogelijke periode wordt afgehandeld. De hoogste prioriteit ligt bij het beëindigen van de verzuimsituatie. Ter afronding van de afhandeling zendt de medewerker leerplicht/RMC in ieder geval een schriftelijk bericht aan degene die de melding heeft gedaan, de ouder(s)/verzorger(s) en, wanneer het een jongere van 12 jaar of ouder betreft, ook aan de jongere zelf. Hij/zij doet mededeling van de afhandeling aan anderen die bij de verzuimsituatie zijn betrokken. De medewerker leerplicht/RMC sluit de melding voor jongeren die onderwijs volgen aan het Voortgezet Onderwijs en het Middelbaar Beroeps Onderwijs af via het jeugdvolgsysteem. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat geen sprake is van vrijstelling en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouder(s)/verzorger(s) en/of de jongere die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt dan kan de medewerker leerplicht/RMC een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank zoals omschreven staat in artikel 17 van deze instructie. Indien de medewerker leerplicht/RMC voornemens is om een melding bij de Sociale Verzekeringsbank te doen, dan roept hij ouder(s)/verzorger(s) en jongere vanaf 16 jaar op voor een gesprek waarbij hij betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij voornemens is een melding te doen bij de Sociale Verzekeringsbank. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat er geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de jongere die tevens voldoet aan de criteria voor verwijzing naar Bureau Halt, dan kan de medewerker leerplicht/RMC, zelfstandig of na tussenkomst van het Openbaar Ministerie, besluiten tot een verwijzing naar Bureau Halt. Indien de medewerker leerplicht/RMC die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar in de regio West-Brabant besloten heeft over te gaan tot Halt verwijzing, dan roept hij ouders en jongere vanaf 12 jaar op voor een gesprek, waarin hij toestemming vraagt aan de ouders en jongere om door te verwijzen naar Bureau Halt. De medewerker leerplicht/RMC stel middels een verkort proces-verbaal een Halt verwijzing op. De jongere ondertekent de Halt verwijzing en geeft daarmee zijn toestemming. Indien de jongere in aanmerking komt voor een Halt verwijzing stuurt de medewerker leerplicht/RMC hiervan een kennisgeving naar het Openbaar Ministerie en verwijst de jongere naar Halt. De medewerkerleerplicht/RMC licht de school in over de verwijzing en over de afloop van de Halt straf. Bij een negatieve afdoening van de Halt straf maakt de medewerkerleerplicht/RMC die tevens bevoegd is als buitgewoon opsporingsambtenaar een proces-verbaal op, nadat er overleg is geweest met het Openbaar Ministerie. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat er geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, en komt deze jongere niet meer in aanmerking voor een verwijzing naar Bureau Halt, dan maakt de medewerker leerplicht/RMC die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar proces-verbaal op van zijn bevindingen en zendt dit naar de officier van justitie. Indien hij voornemens is proces-verbaal op te maken,roept de medewerker leerplicht/RMC de ouders en de jongere van 12 jaar of ouder op voor een gesprek, waarbij hij de betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij voornemens is een proces-verbaal op te maken. Het opmaken vaneen proces-verbaal en een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank kan gelijktijdig, maar ook volgend op elkaar plaatsvinden. De medewerker leerplicht/RMC is bevoegd, na collegiale consultatie, het opmaken van proces-verbaal achterwege te laten (discretionaire bevoegdheid) en de ouder(s)/verzorger(s) en/of de jongere een schriftelijke waarschuwing te geven indien sprake is van: verwijtbaar handelen of nalaten doch geen kennelijke opzet tot het plegen van een overtreding en een eerste overtreding bij zorgverzuim en verzuim van lichte aard, namelijk korter dan 16 uur binnen 4 aaneengesloten weken. Zodra de medewerker leerplicht/RMC kennis neemt van schoolverzuim waarvan niet door een directeur is kennis gegeven, stelt hij/zij een onderzoek in naar de reden waarom de directeur het verzuim niet heeft gemeld. Blijkt de directeur onwillig of nalatig in het nakomen van deze verplichting dan dient de medewerker dit signaal bij de Inspectie voor het Onderwijs af te geven. De medewerker leerplicht/RMC kan aan de directeur gevraagd of ongevraagd een advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot het registreren van verzuim en het doen van kennisgevingen van verzuim, met het oog op het bevorderen van een effectief verzuim bestrijdingsbeleid en de rechtsgelijkheid. Scholen voor het voortgezet onderwijs kunnen specifiek bij ziekteverzuim het M@ZL-project van de GGD inzetten. De medewerker leerplicht/RMC kan directeuren verzoeken om eerder een kennisgeving van verzuim in te dienen dan de wet voorschrijft indien dat doelmatig is met het oog op de verzuimbestrijding. Absoluut verzuim van leerplichtigen en kwalificatieplichtige jongeren (artikelen 2, lid 1, 3, 4a en 4b Leerplichtwet)

Rechtspraak bij dit artikel