Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bevoegdheid college

Onderdeel van Verordening Starterslening Neder-Betuwe 2014

1.. Het college is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, een Starterslening toe te kennen. 2.. Het college stelt de hoogte van de Starterslening vast, met dien verstande dat de hoogte van de Starterslening maximaal 20% bedraagt van de verwervingskosten met een minimum van € 5.000,- en een maximum van € 30.000,-. Verbeterkosten en meerwerk zijn toegestaan voor de berekening van de hoogte van de VROM Starterslening; 3.. De Starterslening kan niet worden verstrekt indien Koopsubsidie BEW+ is toegekend of enig andere koopconstructie; 4.. Het college wijst, zonodig op advies van SVn, een aanvraag Starterslening af, in geval er sprake is van stapeling met andere koopinstrumenten, (rente)kortings- of financiële regelingen, die strijdig zijn met de Starterslening en/of de belangen aantasten van aanvrager, NHG of eerste geldverstrekker; 5.. Zowel de eerste hypotheek als de Starterslening moeten worden verstrekt met NHG; 6.. Het college kan aan de toekenning van Startersleningen nadere voorschriften verbinden.

Rechtspraak bij dit artikel