Inspraak is in beginsel mogelijk op alle terreinen van het
gemeentelijk beleid.
Inspraak wordt altijd verleend:
indien de wet daartoe verplicht;
bij beleidsvoornemens op het vlak van welzijn, zorg,
subsidiëring en de inrichting van openbaar gebied met een
directe gebruiksfunctie.
Het college van burgemeester en wethouders besluit of inspraak wordt
verleend bij andere beleidsvoornemens dan bedoeld in lid 2, onder b.
Voor zover deze voornemens een aangelegenheid betreffen van de
gemeenteraad of de burgemeester kunnen zij de bevoegdheid inzake het
verlenen van inspraak aan zich voorbehouden.
Geen inspraak wordt verleend:
ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
vastgesteld beleidsvoornemen;
indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
uitgesloten;
indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving
waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks
beleidsvrijheid heeft;
inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
dienstverlening en belastingen bedoeld in artikel XV van de
Gemeentewet;
indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;
indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang
van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen
in de samenleving.