Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3,
vergoeding verleend voor gemaakte reiskosten ter zake van andere dan de
in artikel 3 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente. De vergoeding
betreft:
bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
(trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
noodzakelijk gemaakte reiskosten;
bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een
vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte
reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de
Reisregeling binnenland.