Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Het gesprek

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Twenterand 2015

1.    Het college onderzoekt in één of meerdere gesprekken met de jeugdige of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: a.     de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag; b.    het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; c.     het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; d.    de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; e.     de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening; f.     de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; g.    de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; h.     hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en i.      de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders conform artikel 8.1.6 van de wet in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2.    In de gevallen bedoeld in artikel 8.2.1 van de wet informeert het college de ouders dat een ouderbijdrage is verschuldigd en hoe deze bijdrage wordt geïnd. 3.    Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken. 4.    Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel