De Algemene wet bestuursrecht en andere wetten (waaronder de Drank- en Horecawet, APV) geven aan welke sancties het bevoegde gezag kan inzetten tegen het voorkomen of voortduren van overtredingen. Deze zijn:
Tijdelijk stilleggen van de alcoholverkoop in detailhandel (“Three strikes out”; art. 19a DHW): winkels de bevoegdheid te ontzeggen zwak-alcoholische drank te verkopen, indien 3x in 12 maanden overtreding van de leeftijdsgrenzen is geconstateerd. De ontzegging kan door middel van bestuursdwang worden afgedwongen.
Intrekken van de vergunning (ingevolge art. 31 DHW en/of 1:6 APV)
Schorsen van de Drank- en horecavergunning (art. 32 DHW)
Ontzeggen van de toegang tot een ruimte indien in strijd met de Drank- en Horecawet alcoholhoudende drank wordt verstrekt (art. 36 DHW)
Opleggen van een bestuurlijke boete (art. 44a DHW)
Opleggen van een last onder bestuursdwang, waarbij door feitelijk handelen de overtreding door of namens gemeente ongedaan wordt gemaakt (artikel 125 van de Gemeentewet en afd. 5.3 van de Awb). Hieronder valt ook het sluiten en verzegelen van gebouwen en terreinen. De kosten van het toepassen van bestuursdwang kunnen worden verhaald op de overtreder;
(Tijdelijk) sluiten van de inrichting op grond van APV (art. 2:30), DHW en/of art. 174 Gemeentewet
Opleggen van last onder dwangsom, waarbij onder dreiging van het invorderen van een geldbedrag de overtreding ongedaan moet worden gemaakt en/of voortduring en herhaling moet worden voorkomen; de last kan ook preventief worden opgelegd (afd. 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht)
Bestuurlijke strafbeschikking, op grond van het Besluit OM-afdoening is een aantal feiten benoemd gerelateerd aan de APV, waarvoor een strafbeschikking kan worden opgelegd. Het gaat bijvoorbeeld om het, ongeacht de leeftijd, het verbod tot het bij zich hebben van drank in door de gemeente aangewezen gebieden.
Daarnaast kan op basis van een aantal artikelen in de Drank- en Horecawet (alleen) strafrechtelijk worden opgetreden door middel van het opmaken van een proces-verbaal.
In het geval van horeca-exploitatie zijn eveneens het intrekken van de vergunning, het opleggen last onder bestuursdwang en last onder dwangsom mogelijk. Daarnaast is in geval van gevaar voor openbare orde en veiligheid de bevoegdheid tot tijdelijke sluiting van een horeca-inrichting op grond van de APV.
In alle gevallen, met uitzondering van het strafrecht, is de burgemeester bevoegd tot opleggen van deze sancties.
Noot: bezwaar en beroep
Tegen alle bestuursrechtelijke maatregelen, die hierboven worden genoemd, staat bezwaar en beroep open. Indien de vergunninghouder bezwaar indient, schorst dit de werking van het genomen bestuursrechtelijke besluit niet. De vergunninghouder kan dit toch via de Rechtbank vragen, door een voorlopige voorziening in te dienen bij de Rechtbank. Dit betekent dat alle genomen besluiten van de burgemeester vernietigd kunnen worden. Bij met name schorsen en intrekken van de vergunning, de “three strikes out”, en toepassen van bestuursdwang kan dit leiden tot schadeclaims, indien uit de rechtsbeschermingsprocedures volgt dat de besluiten onrechtmatig zijn genomen en ten uitvoer zijn gebracht.
Hoofdstuk Inleiding
Artikel 3
Overzicht in te zetten sancties op grond van de DHW en horeca-exploitatie
Onderdeel van Sanctiestrategie DHW en horeca-exploitatie Gemeente De Ronde Venen