Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder:
autodate: een overeenkomst tussen een
autodateaanbieder en een autodatedeelnemer betreffende het
tijdelijk gebruik van een motorvoertuig die de autodateaanbieder
ter beschikking stelt aan een autodatedeelnemer;
autodateaanbieder: rechtspersoon die
motorvoertuigen voor autodate ter beschikking stelt en in het
bezit is van een autodatevergunning;
autodatedeelnemer: natuurlijk persoon of
rechtspersoon die een overeenkomst heeft gesloten met een
autodateaanbieder inzake autodate;
autodatestandplaats: een vaste
parkeerplaats die is aangewezen voor een motorvoertuig bestemd
voor autodate en is aangeduid met verkeersbord E9 uit bijlage 1
van het RVV 1990 en een onderbord met de vermelding "alleen
autodate";
autodatevergunning: een vergunning, bestemd voor een
autodateaanbieder voor het gebruik van een
autodatestandplaats;
bedrijf: een door één of meer natuurlijke personen
gevoerd, daadwerkelijk activiteiten kennend bedrijf of beroep,
ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel
of anderszins geregistreerd. Onder bedrijf wordt tevens en in
ieder geval verstaan: naamloze vennootschap, besloten
vennootschap, vennootschap onder firma, commanditaire
vennootschap, maatschap, eenmanszaak, vrij beroep,
overheidsinstelling, vereniging en stichting;
beroeps- of bedrijfsvaartuig:
het voor beroeps- of bedrijfsmatig gebruikt vaartuig;
bewonersvergunning: een vergunning, afgegeven op
kenteken van het motorvoertuig, bestemd voor bewoners in een
vergunninghoudersector;
bezoekersvergunning: een vergunning, in de vorm van
een kraskaart, die geldt voor drie uur parkeren, voor bewoners
van door het college aan te wijzen gebieden en te gebruiken door
bezoekers van deze bewoners op voor vergunninghouders bestemde
parkeerplaatsen;
BRP: Basisregistratie Personen van de gemeente
Dordrecht;
college: het college van burgemeester en wethouders
van Dordrecht;
dagvergunning: een tijdelijke vergunning, voor
motorvoertuigen, die verleend kan worden aan een organisatie die
bijv. een congres organiseert.
dienstenparkeerplaats: een vaste parkeerplaats die is
aangewezen voor de houder van een dienstenvergunning en is
aangeduid met verkeersbord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 en
een onderbord met het kenteken van het motorvoertuig ten behoeve
waarvan een dienstenvergunning is verleend;
dienstenvergunning: een vergunning, afgegeven op
kenteken van het motorvoertuig, bestemd voor een in de
gezondheidszorg werkzame persoon voor gebruik op diens
dienstenparkeerplaats;
duplicaat: vergunningbewijs dat wordt afgegeven ter
vervanging van het eerder afgegeven vergunningbewijs in geval
van diefstal en/of vermissing.
houder: degene die naar de omstandigheden als houder
van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat
voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het
kentekenregister als houder wordt aangemerkt degene op wiens
naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van
het parkeren in het register was ingeschreven;
kampeermiddel:
een middel dat bestemd of
opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor
recreatief (nacht)verblijf;
kampeermiddelvergunning: een vergunning ten behoeve
van een kampeermiddel, bestemd voor bewoners in een
vergunninghouderssector;
kentekenregister: het register betreffende opgegeven
kentekens, bedoeld in artikel 42 van de WVW 1994;
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in
het RVV 1990 (alle gemotoriseerde voertuigen behalve
bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en
gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te
worden voortbewogen) inclusief hetgeen onder een brommobiel
wordt verstaan in het RVV 1990 (bromfiets op meer dan twee
wielen, die is voorzien van een carrosserie);
parkeerapparatuur: parkeermeters,
parkeerautomaten en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats ten
aanzien waarvan het parkeren wordt geregeld door
parkeerapparatuur;
parkeergelegenheid op eigen terrein
(POET): parkeerplaats(en) op een terrein of
in een garage waarover de aanvrager kan beschikken op grond van
eigendom, erfpacht, huur of ingebruikgeving of parkeerplaats(en)
waarover de aanvrager kan beschikken op een terrein of in een
garage waar in het kader van de verleende bouw- of
omgevingsvergunning is overeengekomen dat deze is (zijn) bedoeld
als parkeergelegenheid voor het gebouw waarvoor de bouw- of
omgevingsvergunning is verleend. Een parkeerplaats op een
terrein dient ten minste 2,30 meter bij 5,50 meter en een
parkeerplaats in een garage dient ten minste 2,65 meter bij 5,50
meter te zijn. Op een parkeerplaats, deel uitmakende van een
bouw- of omgevingsvergunning, op een terrein of in een garage
waarover de aanvrager kan beschikken waar in het kader van de
verleende bouw- of omgevingsvergunning is overeengekomen dat
deze is (zijn) bedoeld als parkeergelegenheid voor het gebouw
waarvoor de bouw- of omgevingsvergunning is verleend, zijn de
genoemde afmetingen van de parkeerplaats niet van toepassing;
parkeren: het gedurende een aaneengesloten
periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan
gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het
onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het
onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente
gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
weggedeelten waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een
wettelijk voorschrift is verboden;
RVV 1990: het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens van 26 juli 1990 (Staatsblad 1990, 459);
schippersvergunning: een vergunning,
afgegeven op kenteken van het motorvoertuig, bestemd voor de
schipper van een beroeps- of bedrijfsvaartuig dat afgemeerd is
in een vergunninghouderssector;
tijdelijke vergunning: een vergunning
bestemd voor bewoners of bedrijven met een parkeergelegenheid op
eigen terrein in een vergunninghouderssector voor de duur van de
werkzaamheden of activiteiten op, onder, in, boven, aan of nabij
de weg door toedoen van derden waardoor geen gebruik kan worden
gemaakt van de parkeergelegenheid op eigen terrein.
vergunning: een door het college op grond
van de geldende parkeerverordening verleende vergunning,
krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren
in een vergunnninghouderssector;
vergunningbewijs: het schriftelijk
bewijsstuk van de vergunning dat aan de vergunninghouder wordt
verstrekt;
vergunninghouder: de natuurlijk persoon of
rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;
vergunninghoudersplaats: een parkeerplaats
aangeduid met verkeersbord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 of
een parkeerplaats gelegen binnen een zone aangeduid met
verkeersbord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift
zone, voor zover deze parkeerplaats niet is uitgezonderd;
vergunninghouderssector: een aangewezen gebied in de
gemeente Dordrecht dat bestaat uit één of meerdere
weggedeelte(n) dat is of die zijn aangewezen als bestemd voor
het parkeren door vergunninghouders;
vervangende vergunning: vergunning voor de duur van
14 dagen, bestemd voor degenen die de beschikking hebben over
een bewonersvergunning, dienstenvergunning, schippersvergunning
of zakelijke vergunning en wegens een calamiteit van het
motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend tijdelijk een
motorvoertuig met een ander kenteken berijden;
wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een
parkeervergunning;
weg(en): weg, als bedoeld in artikel 1 eerste lid
onder b van de WVW 1994 (alle voor het openbaar verkeer
openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende
bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen
of zijkanten);
woonboot: boot, niet zijnde een pleziervaartuig, met
de eigenschappen van een zelfstandige woning;
WVW 1994: de Wegenverkeerswet van 21 april
1994 (Staatsblad 1994, 475);
zakelijke vergunning: een vergunning, afgegeven op
bedrijfsnaam, bestemd voor bedrijven in een
vergunninghoudersector die onbeperkt geldig is van maandag tot
en met zaterdag van 9:00-22:00 uur;
zelfstandige woning: een woning welke een eigen
toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij
afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die
woning. Het is een woning met:
eigen (afsluitbare) voordeur;
eigen toilet;
eigen badkamer;
eigen keuken.
Afdeling I
Artikel 1 Begripsbepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels parkeervergunningen Dordrecht