Naar hoofdinhoud

Titel 3

Artikel 11

Financieringsfunctie

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2011

1.. Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie voor: het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren; het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; het beperken van de kosten van leningen; het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 2.. Het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht: het uitzetten van middelen vindt alleen plaats bij en verbintenissen met betrekking tot financiële derivaten worden alleen aangegaan met financiële instellingen die: gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus; en voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze ten minste over een AA-minusrating beschikken, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus; De voorgaande bepalingen zijn niet van toepassing op uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio van 0 procent geldt; overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in tact is; derivaten worden uitsluitend gebruikt voor het beperken van financiële risico’s; voor het aantrekken van financieringen en het uitzetten van middelen worden tenminste 2 offertes bij verschillende financiële instellingen gevraagd; overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in Euro’s. 3.. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties. 4.. Het college stelt eens in de vier jaar (bijgestelde) regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurystatuut. Het college zendt het treasurystatuut ter kennisneming aan de raad.

Rechtspraak bij dit artikel