De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat
daaruit altijd op eenvoudige en duidelijke wijze is af te
leiden:
de aard, inhoud en voortgang van de verrichte
werkzaamheden;
het aantal eenheden dat per kostendrager is besteed aan
activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;
het aantal uren dat per persoon is besteed aan
activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;
de specifiek ten behoeve van de activiteiten gemaakte
en betaalde kosten.
De door de subsidieontvanger bijgehouden administratie dient,
behalve in de subsidiabele kosten, ook inzicht te verschaffen in
de niet-subsidiabele kosten, voor zover hiervan sprake is bij
een project.
De administratie wordt tot en met 31 december 2025
bewaard.
De subsidieontvanger stelt de indicatoren, zoals deze in
hoofdstuk 5 van het Uitvoeringskader REP-SNN zijn opgenomen,
beschikbaar voor de raming vooraf en metingen tussentijds en
achteraf van de effecten van het project. Er dient bij de raming
vooraf en de metingen tussentijds en achteraf een onderbouwing
aangeleverd te worden van de (verwachte) uitkomsten op deze
indicatoren. Als er sprake is van verwachtingen dan dient dit
duidelijk te zijn aangegeven.
De subsidieontvanger dient minimaal één keer per jaar een
rapportage in te dienen over de inhoudelijke voortgang (een
voortgangsverslag en rapportage over de gerealiseerde
indicatorenwaarden) en de financiële voortgang (de gemaakte en
betaalde subsidiabele kosten) van het project. Gerapporteerd
dient te worden in het daartoe door het SNN verstrekte
format.
Indien subsidieontvangers samenwerken in een
samenwerkingsverband, dienen zij hun rapportages in via de
penvoerder.