Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Subsidie voor instandhouding rijksmonumenten

Onderdeel van Subsidieverordening Cultuurhistorie Barneveld

Ten behoeve van de duurzame instandhouding van rijksmonumenten, niet zijnde molens, grafheuvels of objecten waarbij de onderhoudskosten fiscaal aftrekbaar zijn, kan de gemeente een subsidie verstrekken. De onder lid 1 genoemde subsidie bedraagt 20% van het totaal van de door het college subsidiabel geachte kosten tot een maximumsubsidie van €25.000,-- per object per aanvraag. Per kalenderjaar kan vóór 1 september per object één subsidieaanvraag worden ingediend voor werkzaamheden die in het daarop volgende kalenderjaar zullen worden opgestart. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan indien bij een aanvraag de subsidiabele kosten meer bedragen dan € 125.000,-- de maximumsubsidie worden verdubbeld. De subsidie is in de eerste plaats bedoeld voor het wind- en waterdicht houden van de onder lid 1 genoemde objecten. Indien de technische noodzaak hiervan overtuigend wordt aangetoond, kan ook het herstel van eventuele constructieve problemen, die zijn gelieerd aan het wind- en waterdicht houden, worden gesubsidieerd. Het college stelt ieder jaar direct na 1 september een lijst op met de ingediende aanvragen zoals bedoeld onder lid 3, legt deze lijst ter advisering voor aan de Cultuurhistorische Adviescommissie en besluit vervolgens vóór 31 december welke van de subsidieaanvragen op deze lijst worden gehonoreerd. Bij de keuze voor de te honoreren aanvragen weegt het college de volgende zaken mee: de bouwtechnische prioriteit van de werkzaamheden die zijn voorgesteld in de subsidieaanvragen; het advies van de Cultuurhistorische Adviescommissie; voldoende budget van dat jaar en de reserve. Indien een aanvraag vanwege onvoldoende budget niet kan worden gehonoreerd, kan deze aanvraag, mits de werkzaamheden niet zijn uitgevoerd, het volgende kalenderjaar door de aanvrager opnieuw worden ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel