Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 2

Artikel 3.7

Hoogte persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Roerdalen2015

1. Het college neemt het door de cliënt opgestelde budgetplan als uitgangspunt bij de bepaling van de hoogte van het persoonsgebonden budget. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief onderhoud, reparatie en verzekering, zoals die door het college aan de leverancier zou zijn verschuldigd. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor diensten bedraagt: a. indien sprake is van dienstverlening door een professional, al dan niet werkzaam voor een instelling conform de geldende kwaliteitsstandaarden, in ieder geval niet meer dan de prijs waarvoor het college deze dienst heeft gecontracteerd. b. indien sprake is van dienstverlening door een persoon uit het informele netwerk van de cliënt of familieleden in de derde of hogere graad, in ieder geval niet meer dan het door het college in het Wmo-besluit vastgestelde percentage van de prijs waarvoor het college deze dienst heeft gecontracteerd. c. indien sprake is van dienstverlening door een persoon uit het informele netwerk van de cliënt, zijnde familieleden in de eerste of tweede graad, in ieder geval niet meer dan het door het college in het Wmo-besluit vastgestelde percentage van de prijs waarvoor het college deze dienst heeft gecontracteerd. 4. De hoogte van een pgb Beschermd Wonen bedraagt bij: a. professionele en gediplomeerde hulp: maximaal de kostprijs van de goedkoopst passende voorziening in natura zoals gecontracteerd in enig jaar; b. gediplomeerde ZZP'ers, maximaal 90% van de kostprijs zoals vermeld in sub a; c. niet-professionele hulp uit het eigen sociaal netwerk: 75% van de kostprijs zoals vermeld in sub a tot een maximum bedrag vanf 20 per uur. Op gemotiveerd verzoek van de cliënt en indien dit anders leidt tot onbillijke situaties geldt een tarief tot een maximum bedrag van C 25 per uur, mits daar een financiële compensatie aan de hulp tegenover staat. 5. Voor de toepassing en berekening van de tariefdifferentiatie, zoals bedoeld in lid 4, wordt in de basis uitgegaan van een fictief aantal te leveren uren: a. voor de ondersteuningsvorm Beschermd Thuis zes uur ondersteuning per week; b. voor de ondersteuningsvorm Beschermd Wonen acht uur ondersteuning per week. 6. Het college kan, onverminderd de vorige leden, nadere regels stellen over de hoogte van een persoonsgebonden budget. Artikel 4.1 komt te luiden: artikel 4.1 Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen 2. De cliënt is een bijdrage verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of persoonsgebonden budget. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura of persoonsgebonden budget ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd door de in artikel 2.1.5 van de wet genoemde persoon of personen. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura of persoonsgebonden budget wordt vastgesteld conform de maximale variant in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De omvang van de bijdrage bedraagt in ieder geval niet meer dan de kostprijs van de voorziening. De eigen bijdrage voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang is gebaseerd op het verschil tussen de bijstandsnorm die voor de cliënt geldt en de norm persoonlijke uitgaven zoals bepaald in artikel 23 van de Participatiewet. Voor cliënten van 18 tot en met 20 jaar die gebruik maken van de maatschappelijke opvang bedraagt de eigen bijdrage (€300,- per maand. Voor cliënten die gebruik maken van de vrouwenopvang bedraagt de eigen bijdrage met ingang van 1 juli 2017 (€227,50 per maand, waarbij de cliënten zelf verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse voeding. De eigen bijdrage voor voltijdsopvang wordt voor de cliënt bepaald per maand, waarbij de bijdrage is verschuldigd voor iedere dag dat de cliënt gebruik maakt van de voltijdsopvang. Een maand bestaat uit dertig (30) dagen. Voor cliënten met aantoonbare dubbele woonlasten, wordt de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening opvang verminderd met een forfaitair bedrag, gelijk aan 20% van de geldende bijstandsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel