Het schoon en leefbaar houden van de woning heeft
uitsluitend betrekking op woonruimten die:
nodig zijn
voor het normale gebruik van de woning, en
daadwerkelijk
in gebruik zijn.
Een cliënt komt niet in aanmerking voor ondersteuning bij
het huishouden indien hij één of meer huisgenoten heeft die
naar oordeel van het college gebruikelijk hulp kunnen
verlenen.
Bij het oordeel of gebruikelijke hulp kan worden gevergd
houdt het college -onverminderd de wettelijke definitie- in
ieder geval rekening met:
de omvang van de ondersteuningsbehoefte;
de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende
kinderen;
de omstandigheid dat een huisgenoot regelmatig niet aanwezig
is vanwege activiteiten elders met een verplichtend
karakter.
Afdeling III › Hoofdstuk 7
Artikel 7.2
Criteria ondersteuning bij het huishouden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Enschede 2015