De cliënt komt niet in aanmerking voor ondersteuning als
bedoeld in dit hoofdstuk indien hij één of meer huisgenoten
heeft die naar oordeel van het college gebruikelijke hulp
kunnen verlenen.
Bij het oordeel of gebruikelijke hulp kan worden gevergd
houdt het college -onverminderd de wettelijke definitie- in
ieder geval rekening met:
de aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de
cliënt;
de aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid
met de cliënt;
de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende
kinderen;
de leerbaarheid van de cliënt en/of huisgenoten van wie
gebruikelijke hulp kan worden gevergd;
de omstandigheid dat een huisgenoot regelmatig niet aanwezig
is vanwege activiteiten elders met een verplichtend
karakter.
Afdeling III › Hoofdstuk 8
Artikel 8.6
Aanvullende criteria ondersteuning bij zelfstandig leven en maatschappelijke deelname
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Enschede 2015