Naar hoofdinhoud

Afdeling III › Hoofdstuk 9

Artikel 9.5

Aanvullende criteria woonvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Enschede 2015

Een woningaanpassing kan slechts worden toegekend voor zover: er sprake is van een zelfstandige woning; de aan te passen woning in de gemeente Enschede staat; de woning naar verwachting nog minstens tien jaar in stand blijft. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op: het toekennen van woonvoorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur; het toekennen van woonvoorzieningen in gemeenschappelijke ruimten van woongebouwen, die specifiek gericht zijn op ouderen en mensen met beperkingen; het toekennen van woonvoorzieningen in levensloopbestendige woongebouwen, die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen of hadden kunnen worden meegenomen. Een woonvoorziening wordt slechts toegekend indien de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woning waaraan de maatwerkvoorziening wordt getroffen. De aanvraag voor een woonvoorziening kan in ieder geval worden geweigerd indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing, die niet noodzakelijk was vanwege belemmeringen in het normale gebruik van de woning als gevolg van beperkingen, en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen -op dat moment beschikbare- meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op woonvoorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan: het verbreden van toegangsdeuren, het aanbrengen van elektrische deuropeners, aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw (mits de woningen in het woongebouw te bereiken zijn met een rolstoel), het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders, het aanbrengen van een extra trapleuning bij een portiekwoning; de cliënt verhuisd is naar een woonruimte die niet bestemd en/of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning het gevolg zijn van de aard van de in de woning gebruikte materialen; de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud of alleen bedoeld is ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan een woning mogen worden gesteld. Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over afschrijftermijnen als bedoeld in het vorige lid onder f.

Rechtspraak bij dit artikel