**1..** Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening.
**2..** Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.
**3..** De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het gesprek een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
**4..** Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt hij alleen verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven,
tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;
tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of
tenzij de eerder verstrekte voorziening niet langer voldoet als maatwerkvoorziening.
**5..** Er wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt als de voorziening redelijkerwijs voorzienbaar was en van de cliënt redelijkerwijs verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig maken.
**6..** Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.7.
Criteria voor de toekenning van een maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda 2015