Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda 2015

1.. Op verzoek wordt een persoonsgebonden budget verstrekt, als; De cliënt op eigen kracht voldoende in staat is tot een redelijke inschatting van zijn belangen daarbij of dat hij met hulp uit zijn sociale netwerk in staat is de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerk-voorziening als persoonsgebonden budget wil krijgen; gewaarborgd is dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. 2.. Er wordt geen pgb verstrekt voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3.. Het tarief voor een pgb: is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; is toereikend om een effectieve en kwalitatief goede voorziening in te kopen inclusief onderhoud daarvan, en bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura; Als de aanschafprijs hoger is dan het verstrekte pgb is het aan de cliënt om het verschil te betalen. bedraagt nooit meer dan de feitelijke kostprijs 4.. . Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere voorzieningen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoord tot het sociaal netwerk: dat deze persoon een lager tarief krijgt betaald zoals aangegeven in het besluit, het om substantiële hulp gaat en daardoor sprake is van inkomstenderving van de hulpverlener; 5.. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de maatwerkvoorzieningen, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s. 6.. De besteding van het pgb aan tussenpersonen, belangenbehartigers en ondersteunings- of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget is niet toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel