Ten aanzien van gebruikelijke zorg geldt dat:
Kinderen van 0 tot 3;
hebben volledige Begeleiding van een ouder nodig.
Boven gebruikelijke begeleiding bij kinderen tot 3 jaar komt daarom zelden voor.
Kinderen van 3 tot 5;
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;
ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers;
hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen;
kunnen in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;
hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;
zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te gaan.
Kinderen van 5 tot 12
hebben een reguliere dagbesteding op school;
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen;
hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers;
hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school of activiteiten ter vervanging van school gaan;
hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week.
Kinderen van 12 tot 18 jaar
hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;
kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden;
kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;
hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;
hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of hetzelfstandig gaan wonen).
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.2.
Gebruikelijke zorg van ouderen voor kinderen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda 2015