Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.2.

Gebruikelijke zorg van ouderen voor kinderen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda 2015

Ten aanzien van gebruikelijke zorg geldt dat: Kinderen van 0 tot 3; hebben volledige Begeleiding van een ouder nodig. Boven gebruikelijke begeleiding bij kinderen tot 3 jaar komt daarom zelden voor. Kinderen van 3 tot 5; kunnen niet zonder toezicht van volwassenen; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers; hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen; kunnen in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te gaan. Kinderen van 5 tot 12 hebben een reguliere dagbesteding op school; kunnen niet zonder toezicht van volwassenen; hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school of activiteiten ter vervanging van school gaan; hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week. Kinderen van 12 tot 18 jaar hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden; kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of hetzelfstandig gaan wonen).

Rechtspraak bij dit artikel