Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.3.1.

Richtlijnen voor vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda 2015

1.. Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor vervoerskosten als bedoeld in artikel 7.3, wordt rekening gehouden met de individuele vervoersbehoefte van de ondersteuningsvrager. 2.. Voor zover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen wordt niet meer dan anderhalf maal een enkele voorziening als bedoeld in artikel 7.3.c toegekend. 3.. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt bij het vaststellen van de vervoersbehoefte uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij zich op grond van individuele omstandigheden een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de cliënt zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen. 4.. Met betrekking tot het collectief systeem, artikel 7.3 van deze verordening, is bepaald dat de cliënt een betaling verschuldigd is voor het vervoer met de deeltaxi, waarbij het tarief gebaseerd is op het reizigerstarief van het openbaar vervoer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel