**1..** Cliënten kunnen een aanvraag voor een individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college.
**2..** De aanvraag kan in beginsel pas worden ingediend nadat het onderzoek, als bedoeld in artikel 6, is uitgevoerd.
**3..** Indien de cliënt mondeling te kennen geeft een aanvraag te willen indienen, wordt dit per omgaande schriftelijk bevestigd. Bij deze bevestiging wordt het aanvraagformulier meegezonden.
**4..** Een ondertekend verslag van het gesprek kan, indien de cliënt dat wenst, worden beschouwd als aanvraag.
**5..** Als de jeugdhulp betrekking heeft op een ander dan de aanvrager, behoeft de aanvraag de instemming van de cliënt waarop de aanvraag betrekking heeft.
**6..** Heeft de aanvraag betrekking op een jeugdige:
die jonger is dan 12 jaren, of;
die ouder is dan 12 jaren en niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan is niet de instemming van de jeugdige vereist, maar van diens wettelijke vertegenwoordiger.
**7..** Heeft de aanvraag betrekking op een jeugdige die de leeftijd van 12 jaren, maar nog niet die van 16 jaren heeft bereikt, dan behoeft de aanvraag de instemming van zowel de jeugdige als diens wettelijke vertegenwoordiger. Weigert de wettelijke vertegenwoordiger in te stemmen met de aanvraag, dan kan het college toch een besluit nemen indien de jeugdhulp kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de jeugdige te voorkomen alsmede indien de jeugdige ook na de weigering van de toestemming de jeugdhulp weloverwogen blijft wensen.
**8..** De cliënt, die een aanvraag indient voor een individuele voorziening, verstrekt het college indien nodig een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.