Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.
De verlaging wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00;
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00;
40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,00 tot € 4.000,00;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van € 4.000,00 of hoger.
Op individuele gronden kan het college besluiten de bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken op grond van artikel 48, tweede lid, onderdeel b van de Participatiewet .
Hoofdstuk
Artikel 12
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Stadskanaal 2015