Op grond van artikel 2.6.3 lid 3 sub 2 van de Huisvestingsverordening kan urgentie worden verleend in een levensbedreigende situatie als:
met politierapporten kan worden aangetoond dat er sprake is geweest van zeer ernstige, direct tegen het leven gerichte mishandeling, terwijl er gegronde vrees is voor herhaling. Hierbij dient een relatie te bestaan tussen de problematiek en de huidige woonsituatie. Daarnaast moet een andere woning binnen dezelfde gemeente kunnen bijdragen aan een oplossing van de huidige levensbedreigende woonsituatie.
Indien een woningzoekende dringend behoefte heeft aan andere woonruimte in geval van dakloosheid door plotselinge overmacht. Onder dakloosheid door plotselinge overmacht wordt verstaan: dakloosheid als gevolg van het onbewoonbaar raken van de woning door een calamiteit waardoor de woning ernstig beschadigd is.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10
Urgentie ten gevolge van een levensbedreigende situatie
Onderdeel van Beleidsregels woonruimteverdeling 2014