Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van de GGD. Hij mandateert een deel van zijn bevoegdheden binnen nadere voorwaarden aan de directie en houdt daarop toezicht. Accountancy en controlling verzekeren de bestuurlijke positie.
De keuze voor een brede mandatering van de directie wordt vooral ingegeven door het feit dat bilaterale afspraken tussen GGD en gemeenten een belangrijke rol spelen bij de aansturing van de GGD. Voor de relatie tussen dagelijks bestuur en directie is er een organisatieverordening.
Op de mandaatverlening is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, die onder andere bepaalt dat de gemandateerde bevoegdheid wordt uitgeoefend namens het bestuursorgaan. De verantwoordelijkheid voor het in mandaat genomen besluit blijft dus bij het mandaterende orgaan, waarbij van elk besluit duidelijk moet zijn dat het namens het bestuursorgaan genomen is. De mandaatgever kan instructies geven voor de uitoefening van een verleend mandaat.
HOOFDSTUK 8
Artikel 10
Algemene bevoegdheidsverdeling
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant