Naar hoofdinhoud

Artikel 2.5.30

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent bouwen (Bouwverordening Amersfoort 2014)

[vervallen] Paragraaf 6 Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen (Vervallen) Paragraaf 7 Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen Artikel 2.7.1 t/m 2.7.7 (Vervallen) HOOFDSTUK 3 DE MELDING Artikel 3.1 en artikel 3.2 (Vervallen) HOOFDSTUK 4 PLICHTEN TIJDENS EN BIJ VOLTOOIING VAN DE BOUW EN BIJ INGEBRUIKNEMING VAN EEN BOUWWERK Artikel 4.1 t/m 4.14 (Vervallen) HOOFDSTUK 5 Staat van open erven en terreinen, brandveiligheidsinstallaties, aansluitingen op de nutsvoorzieningen en weren van schadelijk en hinderlijk gedierte Paragraaf 1 Staat van open erven en terreinen Artikel 5.1.1 t/m 5.1.3 (Vervallen) Paragraaf 2 Staat van brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel 5.2.1 t/m artikel 5.2.5 (Vervallen) Paragraaf 3 Aansluiting op de nutsvoorzieningen Artikel 5.3.1 t/m artikel 5.3.7 (Vervallen) Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel 5.4.1 Preventie (Vervallen) HOOFDSTUK 6 BRANDVEILIG GEBRUIK (Vervallen) HOOFDSTUK 7 OVERIGE GEBRUIKSBEPALINGEN Paragraaf 1 Overbevolking Artikel 7.1.1 en artikel 7.1.2 (Vervallen) Paragraaf 2 Staken van het gebruik Artikel 7.2.1 t/m artikel 7.2.3 (Vervallen) Paragraaf 3 Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen Artikel 7.3.1 en artikel 7.3.2 (Vervallen) Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel 7.4.1 Preventie (Vervallen) Paragraaf 5 Watergebruik Artikel 7.5.1 Verboden gebruik van water (Vervallen) Paragraaf 6 Installaties Artikel 7.6.1 Gebruiksgereed houden van installaties (Vervallen) HOOFDSTUK 8 SLOPEN Paragraaf 1 Omgevingsvergunning voor het slopen Artikel 8.1.1 t/m artikel 8.1.7 (Vervallen) Paragraaf 2 Uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen Artikel 8.2.1 t/m artikel 8.2.2 (Vervallen) Paragraaf 3 Verplichtingen tijdens het slopen Artikel 8.3.1 t/m artikel 8.3.6 (Vervallen) Paragraaf 4 Vrij slopen Artikel 8.4.1 Sloopafval algemeen (Vervallen) HOOFDSTUK 9 WELSTAND Artikel 9.1 De advisering door de stadsbouwmeester De stadsbouwmeester adviseert over: de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen; gevallen waarin dat ingevolge deze verordening is vereist; gevallen waarin dit ingevolge de Monumentenwet 1988 / de Erfgoedverordening is vereist; reclame uitingen als bedoeld in artikel 4.4.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening; gevallen als bedoeld in artikel 2.1.5.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening. De stadsbouwmeester baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria. De stadsbouwmeester wordt – in bepaalde gevallen – bijgestaan door de commissie ruimtelijke kwaliteit of door één of enkele deskundigen uit de commissie De stadsbouwmeester kan desgewenst uit eigen beweging aan burgemeester en wethouders adviseren over aangelegenheden die de welstand betreffen. Artikel 9.2 Stadsbouwmeester en samenstelling van de commissie ruimtelijke kwaliteit De commissie ruimtelijke kwaliteit bestaat ten minste uit vijf leden en de stadsbouwmeester. De volgende vakdisciplines zijn vertegenwoordigd: a. architectuur; b. stedenbouw/landschap; c. bouwhistorie/restauratiearchitect; d. cultureel erfgoed; e. burgerlid. De stadsbouwmeester is voorzitter van de commissie ruimtelijke kwaliteit. De commissie ruimtelijke kwaliteit kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste drie leden aanwezig zijn. De stadsbouwmeester en de leden van de commissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur. De stadsbouwmeester wordt bij adviezen over (bouw)plannen voor rijksmonumenten en gemeentemonumenten, bijgestaan door een erfgoeddeskundige/restauratiearchitect en het burgerlid. Adviezen kunnen slechts worden uitgebracht bij tenminste tweederde aanwezigheid. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de door de gemeenteraad en burgemeester en wethouders vastgestelde regelgeving en beleidsuitgangspunten op het betreffende werkterrein. Artikel 9.3 Benoeming en zittingduur (Vervallen) Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording De stadsbouwmeester stelt jaarlijks een verslag op van zijn werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota; de werkwijze van de stadsbouwmeester en de commissie ruimtelijke kwaliteit; op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; de aard van de beoordeelde plannen; de bijzondere projecten. De stadsbouwmeester kan in zijn jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. Artikel 9.5 Termijn van advisering De stadsbouwmeester brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. De stadsbouwmeester brengt het advies over de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen, indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van een project of een gefaseerde aanvraag betreft, uit binnen drie weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de stadsbouwmeester een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van een welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel 9.6 Openbaarheid van vergaderen, mondelinge toelichting en nadere regels De behandeling van (bouw)plannen door de stadsbouwmeester en de vergaderingen van de commissie ruimtelijke kwaliteit zijn openbaar. De agenda voor de vergaderingen wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning heeft verzocht, wordt deze door of namens de stadsbouwmeester in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de stadsbouwmeester wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de stadsbouwmeester, waarin de aanvraag wordt behandeld. Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht. Het college stelt nadere regels vast over de taakomschrijving, werkwijze, wijze van adviseren en dergelijke van de stadsbouwmeester en de commissie ruimtelijke kwaliteit. Artikel 9.7 Afdoening onder verantwoordelijkheid (Vervallen) Artikel 9.8 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht De stadsbouwmeester adviseert en motiveert zijn adviezen schriftelijk. Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen. Artikel 9.9 en artikel 9.10 (Vervallen) HOOFDSTUK 10 OVERIGE ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN Artikel 10.1 en artikel 10.2 (Vervallen) Artikel 10.3 Overdragen vergunningen [vervallen] Artikel 10.4 en artikel 10.5 (Vervallen) Artikel 10.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften (vervallen) HOOFDSTUK 11 HANDHAVING Artikel 11.1 t/m artikel 11.3 (Vervallen) HOOFDSTUK 12 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 12.1 t/m artikel 12.4 (Vervallen) Artikel 12.5 Overgangsbepalingen Op een aanvraag om een bouwvergunning, ontheffing of toestemming of een aanvraag om omgevingsvergunning, die is ingediend voor 1 april 2012 en waarop op dit tijdstop nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing zoals die luidden voor deze wijziging, tenzij de aanvrager aangeeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast. Dit geldt niet voor de van rechtswege vervallen artikelen van de bouwverordening, omdat voor het voor deze artikelen in de plaats komende rijksregelgeving een dergelijke mogelijkheid niet kent. Artikel 12.6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 30 oktober 2014.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel