Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd:
voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, en,
voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, overeenkomstig het Besluit maatschappelijke ondersteuning, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.
Voor cliënten met een inkomen tot en met 120 procent van de, op de cliënt van toepassing zijnde, bijstandsnorm, geldt op de bijdrage voor een algemene voorziening een korting. Het college bepaalt bij nadere regeling de hoogte van deze korting per algemene voorziening.
De hoogte van de bijdrage voor een algemene voorziening wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van deze voorziening.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb wordt bepaald:
door een aanbesteding;
na een consultatie in de markt, of
in overleg met de aanbieder.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Artikel 12.
Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Coevorden 2015