Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 19

Vermogensvorming door oneigenlijk gebruik subsidie

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Bloemendaal 2015

Voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, is de subsidieontvanger aan het college een vergoeding van de vermogenswaarden verschuldigd, met inachtneming van in artikel 4:41 van de Awb. De vergoeding is slechts verschuldigd indien: de subsidie-ontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt; de subsidie-ontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen; de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd, of de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden. De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt vermeld in de beschikking tot subsidievaststelling. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel